De verminderde impact van adviesraden ligt niet aan drukte in het participatielandschap 

Dat de impact van adviesraden op beleid vermindert, valt niet te ontkennen. Maar dat is minder te wijten aan innovatieve participatiemethoden dan aan het gebrek aan vernieuwing in het advieslandschap.  

In De Gids op Maatschappelijk Gebied, het opinieblad van Beweging.net, stelt Tomas Uten dat er frustratie leeft in het advieslandschap. De impact van adviezen op federaal en Vlaams beleid zou te beperkt zijn en te weinig lonen. Het ‘primaat van de politiek’ zou ervoor zorgen dat er aan de lopende band nieuwe initiatieven van inspraak gelanceerd worden, wat zou leiden tot competitie met adviesraden en democratische drukte.   

Ook op gemeentelijk niveau stellen we vast dat de invloed van adviesraden een eerder beperkte invloed hebben gekregen op de wetgevingscyclus. Bij gemeentelijke adviesraden kan de impact van adviezen inderdaad verbeteren. Dat moeten we uiteraard zien te veranderen. In de 300 Vlaamse gemeenten zijn duizenden advies- en overlegstructuren actief, samen goed voor een maatschappelijk engagement van tienduizenden actieve burgers. Maar advies is per definitie nu eenmaal niet-bindend. De politiek beslist uiteindelijk. Uiteraard zijn er wel manieren om ervoor te zorgen dat een advies zwaarder weegt. Inhoudelijk sterke en breed gedragen voorstellen hebben vaak meer impact. Met slimme voorstellen, die een inhoudelijke weerwaarde en een draagvlak hebben, zal het beleid vaker dan niet rekening moeten houden.  

Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk durven kijken naar de huidige stand van adviesraden. Er zijn heel wat zaken die beter kunnen: adviesraden kunnen meer te focussen op de adviserende rol en kunnen ook meer representatief zijn. Dat laatste is een groot werkpunt. De meeste raden vormen al even geen afspiegeling van de samenleving meer. Er is een tekort aan jonge leden, minderheden en kwetsbare groepen. Daartegenover staat een overwicht van vertegenwoordigers uit het verenigingsleven. Vaak zijn het ook overbevraagde vrijwilligers. Tegelijk stellen we vast dat langlopende inzet in onze samenleving plaats maakt voor vormen van tijdelijk engagement: mensen doen alleen mee wanneer ze tijd hebben of rond een bepaald thema of dossier dat hen prikkelt. Anderen zien meer waarde in actief zelf dingen ondernemen in plaats van wachten op inspraak in het beleid. Dat zorgt ervoor dat de gemiddelde adviesraad een clubje van ervaren rotten dreigt te worden. Let op, die hebben zeker hun plaats. Toch moet er in het landschap van de adviesraden durven nagedacht worden over enerzijds een duurzame kern aan geëngageerde trekkers. Daarnaast is er door het evoluerende participiatielandschap ook de mogelijkheid om adviesraden in een lossere structuur, op thematische wijze, te laten samenwerken.  

 Uten haalt burgerpanels als ‘We Need To Talk’ en ‘Land van de Toekomst’ aan om de opkomst – en de tekortkomingen – van nieuwe vormen van burgerinspraak te duiden. Zulke initiatieven zouden voor drukte in het participatielandschap zorgen en in de hand spelen van beleidsmakers, die een soort verdeel-en-heersstrategie zouden hanteren. Maar burgerparticipatie is geen exclusieve bevoegdheid van één inspraakorgaan. Het is een én-én verhaal. Binnen dat verhaal is het belangrijk om te noteren dat adviesraden ook kunnen meesurfen op het succes van andere participatieve initiatieven. De gebruikte methodiek bij burgerpanels, de nieuwe ontwikkelingen inzake consenusgericht debatteren in groepen, alsook de verbreding van het landschap bieden adviesraden meer handvaten en tools om hun adviserende functie uit te oefenen. 

In een poging om het belang van middenveldorganisaties een plaats te geven in het landschap van inspraakprocessen, gebruikt Uten een nogal vreemde, onjuiste bewering. Burgerraden, -lotingen en –begrotingen zouden vooral een erg gelijkaardig publiek aantrekken. Door adviesraden te betrekken zou de bediening van dezelfde groep burgers vermeden worden. Dat idee strookt niet met de realiteit. Loting is per definitie divers. Burgerpanels die door loting tot stand komen, zorgen dat een grotere diversiteit aan stemmen wordt gehoord. Omdat burgers zeer intensief worden betrokken bij de besluitvorming en alle relevante stemmen gehoord worden in het debat, hebben adviezen van zulke panels een stevig draagvlak. 

Adviesraden hebben inderdaad meer aandacht en financiële ruimte nodig om te kunnen wegen op het beleid. Lokale besturen zijn hier in zekere mate ook van bewust. Wij begeleiden zo vaak besturen die werk willen maken van meer dynamische adviesraden. Net daarom is wat meer inspiratie halen bij andere participatiemethoden nuttig. Het kan alleen maar kruisbestuivend werken. Maar de tijd dat adviesraden de enige spelers waren in het participatielandschap, die tijd is voorbij. De laatste jaren hebben burgers heel wat andere mogelijkheden om te participeren aan het beleid. Hoewel het uitgangspunt altijd hetzelfde blijft – burgers betrekken in de beleidsvorming – durven veel gemeenten steeds meer te innoveren met de methodes waarop ze dat doen. En dat is maar goed ook.    

Lees meer

Klaar voor 2024?

Op 13 oktober 2024 duidt de kiezer nieuwe gemeentebesturen aan. De winnaars van stembusgang en coalitievorming kunnen daarna aan de slag om

Recent

Ontvang het laatste nieuws

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van al het De Wakkere Burger nieuws.